Net zoals andere websites maken ook wij gebruik van cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek van onze website voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken. Bovendien kunnen wij en derde partijen hiermee eventueel advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.

  • Titel


    Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Proin vulputate turpis at auctor rutrum. Sed euismod pharetra mauris, ac rhoncus dolor imperdiet ac. In aliquet nibh sit amet pellentesque aliquam.

Moderne kantoortuin achter eeuwenoude facade | Provinciehuis Zeeland in Middelburg door M+R interior architecture 

 

Binnen de historische muren van de Librije ontwierp M+R interior architecture een kantoor met flexibele werkplekken en gedifferentieerde zones. De kantoortuin past binnen de hedendaagse ontwikkelingen van de werkomgeving, maar sluit in sfeer, ritme en materialisatie aan bij het karakter het gebouw.
 
Tekst Afke Laarakker
Beeld Studio de Winter | Herman de Winter

Het kantoorlandschap ontstond in de jaren zestig van de vorige eeuw in Duitsland, als een nieuwe manier van indelen van de ruimte die een efficiëntere samenwerking mogelijk maakte.1 Inmiddels is de open werkvloer niet meer weg te denken uit de kantooromgeving. Naast efficiënte samenwerking en natuurlijk kosten besparen wordt ook het sociale aspect, het ontmoeten van collega’s, als belangrijk argument voor de open kantoortuin aangedragen.

Kantoortuinen maken grote ontwikkelingen door, ook omdat de nadelen van het met veel collega’s een grote ruimte delen steeds duidelijker worden. In de media wordt regelmatig aandacht besteed aan de onrust en het daarmee gepaard gaande concentratieverlies in de kantoortuin met flexibele werkplekken.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar hoe ‘het nieuwe werken’ wel kan werken. Onderzoekers Jan Peter Hoedervanger en Gerry Hofkamp keken in hoeverre deze onderzoeksresultaten in de praktijk worden toegepast. De conclusie is helder: het gebeurt nog te weinig. De voornaamste problemen die die daardoor ontstaan, zijn gebrek aan visuele en auditieve privacy, geen of weinig differentiatie voor verschillende typen werk, onvoldoende concentratiewerkplekken, te weinig werkplekken ten opzichte van het aantal medewerkers en onderschatting van de gedrags- en cultuurverandering die nodig is.

Dat deze problemen ontstaan, ligt niet alleen aan het feit dat het onderzoek te weinig wordt bestudeerd, maar ook dat het onderzoek generiek is. Om het beter te kunnen gebruiken zijn duidelijke doelstellingen van de opdrachtgever en een grondige analyse van de specifieke situatie noodzakelijk, stellen de onderzoekers.

 
Lange relatie

Dankzij een lange samenwerking met de provincie Zeeland had M+R de kans de doelstellingen en cultuur van de opdrachtgever goed te leren kennen. Om draagvlak voor flexibel werken te creëren heeft de architect al in 2014 de Heerkamer van de Abdij als ontmoetingsplek ingericht. De provincie heeft daarnaast enige jaren een flexwerkbegeleider aangesteld.

De opdracht voor de renovatie van de Librije verliep via een meervoudige onderhandse aanbesteding. Waardoor, voordat de architect met de gebruikers in gesprek kon over hun wensen, de aanbesteding moest worden gewonnen met een schetsontwerp. De schetsfase was weliswaar betaald, maar liever had Hans Maréchal van M+R de opdracht via bureaupresentaties verkregen. “Het aanbestedingssysteem in Nederland is ziek”, licht Maréchal toe, “De procedure kost veel tijd, de opdrachtgever krijgt vaak niet wat hij wil en de architect levert vreselijk veel onbetaald werk, wat vervolgens met andere opdrachten moet worden terugverdiend. Tijd en soms ook kwaliteit gaan zo verloren.”

  
Gebruikersoverleg
Het systeem bestaat niet voor niets, bureaupresentaties zouden eenvoudig oneerlijke concurrentie in de hand werken, omdat bekenden van de opdrachtgever in een dergelijk een groot voordeel hebben. M+R laat zelf een oplossing zien, met een slimme ontwerpmethode wist de architect de ontbrekende informatie aan te vullen. De architect ontwierp tijdens de eerste fase slechts de grote lijnen van het plan en maakte hiervan schetsmaquettes op poppenhuisformaat. Met losse inzetbare delen van vergaderzalen, flexwerkplekken en stilteruimten puzzelden de medewerkers van de Provincie vervolgens aan de gewenste indeling. Ook het kleurconcept, een belangrijke sfeerbepaler, is mede door de medewerkers bepaald.

  
Nieuw gebouw in oude schil

Het ontwerp van M+R is gerealiseerd binnen de Librije van de Abdij. De Abdij is gesticht in de vijftiende eeuw. Sinds 1850 is deze in gebruik als kantoor van de provincie Zeeland. Historisch gezien is het gebouw een mengelmoesje. Door de grote stadsbrand die in Middelburg woekerde tijdens de Tweede Wereldoorlog, zijn het interieur en dak volledig verwoest. Alleen de buitenmuren en constructie onder de begane grondvloer stammen uit de vijftiende eeuw. De architect van de Rijksgebouwendienst, Henri de Lussanet de la Sablonière was verantwoordelijk voor de renovatie na de oorlog. Hij had het interieur van de Abdij in oude staat willen herstellen, maar door gebrek aan geld kon hij soms alleen met snelle goedkope constructies voorkomen dat het gebouw verder instortte.  Achter de oude huid van de Librije gaat een modern gebouw met een betonnen tafelconstructie schuil.

De Librije is opgebouwd uit twee vleugels die via één trappenhuis zijn ontsloten. De verdiepingen in de twee vleugels liggen een halve verdieping van elkaar verschoven en verschillen in beukmaat. In de jaren zeventig, toen het gerenoveerde gebouw net was opgeleverd, is het volgebouwd met kantoorcellen. M+R stripte het gebouw en bouwde vandaaruit de hedendaagse kantoortuin op.

 

Van reuring naar rust

De lange horizontale houten kozijnen van de fractiekamers zijn geïnspireerd op de massieve kozijnen van de Abdij. Die lineariteit is ook terug te zien in het tongewelf van na de oorlog. Het spel van verticale lijnen wordt doorkruist in verticale richting door lange armaturen die M+R toevoegde. Op de eerste verdieping is een oplegvloer uit de jaren vijftig bewaard gebleven. Door het hoogteverschil en de vernauwing ontstaat achterin de vleugel extra intimiteit.

Op de tweede verdieping is een deel van de houten kapconstructie uit de jaren vijftig nog te zien. Helaas was het onontkoombaar dat een groot deel van die constructie verscholen gaat achter systeemplafonds, vertelt Maréchal. Toch geeft de constructie, oud of nieuw, verscholen of niet, nog een aangename sfeer aan de ruimte. M+R is daar mooi op ingesprongen door het gebruik van hout in de kozijnen, tafels en stoelen.

Dankzij de aanwezige structuur, de kleurverschillen en de differentiatie van de werkplekken ontstaan zes kantoortuinen met elk een eigen sfeer. Ze sluiten aan bij het karakter van de Librije.

  
Karakter

De lange horizontale houten kozijnen van de fractiekamers zijn geïnspireerd op de massieve kozijnen van de Abdij. Die lineariteit is ook terug te zien in het tongewelf van na de oorlog. Het spel van verticale lijnen wordt doorkruist in verticale richting door lange armaturen die M+R toevoegde. Op de eerste verdieping is een oplegvloer uit de jaren vijftig bewaard gebleven. Door het hoogteverschil en de vernauwing ontstaat achterin de vleugel extra intimiteit.

Op de tweede verdieping is een deel van de houten kapconstructie uit de jaren vijftig nog te zien. Helaas was het onontkoombaar dat een groot deel van die constructie verscholen gaat achter systeemplafonds, vertelt Maréchal. Toch geeft de constructie, oud of nieuw, verscholen of niet, nog een aangename sfeer aan de ruimte. M+R is daar mooi op ingesprongen door het gebruik van hout in de kozijnen, tafels en stoelen.

Dankzij de aanwezige structuur, de kleurverschillen en de differentiatie van de werkplekken ontstaan zes kantoortuinen met elk een eigen sfeer. Ze sluiten aan bij het karakter van de Librije.


Ontmoeten en concentreren

Ook in de Librije is de spanning tussen het kantoor als een plek voor sociale interactie en als plek om geconcentreerd te werken voelbaar. Maurice Buuron is werkzaam bij de provincie, hij vertelt dat omdat er nauwelijks overbezetting is in de Librije, medewerkers vaak een vaste basis hebben. De werkplek wordt minder afgestemd op behoefte aan rust of overleg, maar eerder op aanwezigheid van projectcollega’s. Informeel overleg wordt daardoor soms als hinderlijk ervaren in het verder muisstille kantoor, in plaats van zoals de opdrachtgever en architect voor ogen hadden, als een gegeven van een specifieke werkplek.

Maréchal is positief over de ontwikkeling dat kantoorinterieurs informeler worden; reuring nodigt volgens hem uit tot samenwerking en informatie-uitwisseling. De sfeer van het kantoor is informeel, dankzij de felgekleurde overlegzones, keukentafelstoelen en gekleurde stukken tapijt in de verder beige vloerbedekking. Tegelijk gaat het een dialoog aan met de bestaande materialisatie en structuur van de Librije. Het karakter van een gebouw verveelt nooit, vindt Maréchal, het interieur moet dit dus tot zijn recht laten komen. Ontspanningsruimten als speeltuinen met schommels of glijbanen die tegenwoordig soms in kantoorinterieurs zijn te vinden, noemt hij een oppervlakkig modeverschijnsel.

 

1.       Andreas Rumpfhuber, The incorporation of Dissent. Bürolandschaft’s Legacy, Harvard 2018.
2.       Jan Peter Hoedervanger, Gerry Hofkamp, Het hedendaagse kantoor. De praktijk en haar blinde vlekken, Deventer 2017.
3.       Rosa Zaccagnini-Visser, ‘Het Abdijcomplex te Middelburg architectonisch bedrog?’, Bulletin KNOB, Utrecht 2003.

Dit artikel is verschenen in de maarteditie van de Architect.

Publicaties

De Architect | februari 2019 | De librije, Abdij van Middelburg

1 maand geleden | Update: 2 weken geleden

Tussen historie en geschiedvervalsing: De Librije in de Abdij van Middelburg.

Lees verder

PI | maart 2019 | Sheremetyevo international airport, Moscow

1 maand geleden | Update: 2 weken geleden

Internationale allure - een Nederlandse interieurarchitect in Rusland

Lees verder